Het zoeken naar goede industriële architectuur lijkt (overal ter wereld) een zelfde moeizame poging om een speld in een hooiberg terug te vinden. Het maakt niet uit in welke plek in het land je naar positieve voorbeelden zoekt – op haast elk industrieterrein word je onaangenaam getroffen door een fantasieloze aaneenrijging van gestandaardiseerde systeemhallen, samengevoegd uit sandwichpanelen of massieve prefab-elementen. De voorgevels van deze productiegebouwen en magazijnen met eraan gekoppelde kantoorvleugels zijn of eentonig en saai om te zien of maken een overmatig schrille en lawaaierige indruk. Afhankelijk van het feit, of de vraag naar de architectuurkwaliteit verkeerd of helemaal niet is beantwoord – voor zover die eigenlijk ooit wel werd gesteld. Ook het industriegebied voor de poorten van de stad Neuenburg am Rhein, niet ver van de A5 van Karlsruhe naar Bazel, vormt hierop geen uitzondering – op het eerste gezicht. Wie echter moeite doet, om zijn speurtocht tot in het achterste hoekje van de anarchistisch beplante bouwterreinen voort te zetten, stuit aan het eind van de straat op twee haast als een tweeling op elkaar lijkende gebouwen, die zich met hoog niveau, heldere stijl en vaste orde tegen de chaos van de er als dobbelstenen instaande industriegebouwen proberen te verzetten. Beide hallen zijn producten van de Milaanse architect en designer Antonio Citterio, die bij de planning van het in twee etappes ontstane logistiek- en productiecentrum van Vitra zijn handelsmerk trouw gebleven is: de reductie, die zich alleen op de functie focust – of dit nu zijn bouwwerken of de door hem ontworpen industriële producten betreft.
Net zo consequent als Citterio zijn creatieve weg gaat, houdt Rolf Fehlbaum, de eigenaar van Vitra, even standvastig vast aan zijn voorliefde om met iedere bouwkundige uitbreiding van zijn bedrijf een nieuw stuk architectuurgeschiedenis te schrijven. Daarom was er ook bij deze productieplaats, ver van de Vitracampus in Weil am Rhein vandaan, geen sprake van, dat het project aan een of andere planner werd verstrekt. Ook hier werd de opdracht aan een prominente architect gegeven. In tegenstelling tot de op de Vitracampus verzamelde, hedendaagse architectuur, waar de bouwwerken van de Iraaks-Engelse architecte Zaha Hadid, de Californiër Frank Gehry, de Japanners Tadao Ando, Kazujo Sejima en Ryue Nishizawa (beiden SAANA), de Portugees Álvaro Siza evenals de Zwitsers Jacques Herzog en Pierre de Meuron naast elkaar staan, zijn de met een tussentijd van 16 jaar ontstane twee halgebouwen in het trieste industriegebied in Neuenburg eigenlijk muurbloempjes. Ten onrechte, want het al in 1992 betrokken, eerste halgebouw van Citterio brengt het corporate image van Vitra in directe relatie met zijn producten: het glanzende aluminium-sandwich-paneel van de ca. 6.000 vierkante meter omvattende "Hangar" bestaat uit een materiaal waarvan Vitra ook stoelen en meubels vervaardigd. De massieve houten V-steunen, die het ver uitstekende voordak dragen, beschouwt Citterio als hommage aan de omliggende schuren en boerderijen, die dit landelijk gevormde oord gezicht geven. Maar anders dan bij de duistere huizen in het Zwarte Woud met hun tot de bodem reikende daken, is er noch in de uit de façade in de lengterichting stekende kantoren noch in de hal zelf overdag een schakelaar voor kunstlicht nodig om je weg te vinden en je werk te kunnen doen. Het optimale gebruik van het daglicht vormt bij beide halgebouwen een wezenlijk bestanddeel van het planningsconcept om het stroomverbruik op een zo laag mogelijk niveau te houden. In zoverre staat het eerste deel van het logistiek- en productiecentrum van Vitra geheel in het teken van een industriële architectuur die een identiteit teweegbrengt en die zich bovendien tot een hoge gebruikswaarde verplicht en waarvoor de Italiaanse architect v.w.b. de bouw en werking een grondstoffen sparend concept gevolgd heeft.
Maar wat heeft Antonio Citterio bewogen, om 16 jaar later een solitaire uitbreiding in hetzelfde jasje te steken? Was hij door zijn ideeën heen? Maakte de kopie wellicht deel uit van een geheim masterplan? Had Vitra ver van de campus weg geen zin meer in architectonische experimenten? Geen van deze vermoedens is natuurlijk juist – het motief van Citterio, zowel de vorm als het constructieconcept van het eerdere bouwwerk op het ongeveer twee keer zo grote nieuwe bouwwerk over te dragen, was gefundeerd op het feit, dat het rationele modulesysteem in de grond van de zaak voldaan had en dat een ensemble van twee identieke, helder gestructureerde bouwwerken aan de omringende patchwork-architectuur beter partij zou geven, dan het implementeren van nog een sterke solitair – om het even, hoe overtuigend deze te voorschijn zou komen. Bovendien bood het herhalen van identieke bouwstructuren de kans om van eerder gemaakte fouten te leren en de bedrijfsmatige ervaringen uit de afgelopen 16 jaar met het eerdere bouwwerk evenzeer te gebruiken als de technologische vooruitgang van de nu beschikbare bouwproducten en -elementen.
Als basis voor de nieuwe conceptie werden de (bouw)technische, energetische en bedrijfsmatige kengetallen van de oudere hal geanalyseerd en de verbeterde, nieuwe richtlijnen in een specificatieblad vastgelegd. De kernachtige weergave daarvan stimuleert een geoptimaliseerde werkomgeving – gestimuleerd door zowel een flexibel ruimteconcept als door een gebouwentechniek die op het gebruik van duurzame energie gericht is. Het gebouw wordt verwarmd door middel van een vloerverwarming. Daartoe werden in de ten opzichte van de aardbodem goed geïsoleerde bodemplaat in totaal 36 kilometer leidingen aangelegd. Terwijl bij het eerdere bouwwerk slechts 100 mm mineraalwol onder de zinken dakbedekking de warmte tegenhouden, heeft Citterio bij het nieuwe dak van licht metaal er nog eens 60 mm bovenop gedaan. Ook de met hard schuim geïsoleerde sandwich-panelen van de buitenwanden halen natuurlijk duidelijk betere U-waarden. Op warme zomerdagen voeren de in totaal 16 telkens 35 meter lange bovenlichtbanden onbehaaglijke stuwwarmte snel af, wat door geautomatiseerde openingen in het glaswerk van de voorgevel zoveel mogelijk ondersteund wordt. Als warmtebron voor de verwarming dient een 85-kW-warmtepomp. Deze wordt met de ca. 15 °C warme laag water uit het Bovenrijnkanaal gevoed. Hiertoe is een zuig- en slokput aangelegd die reikt tot een diepte van 26 meter.
De stroom voor de warmtepomp wordt geleverd door een fotovoltaïsche installatie op het dak. Deze voorziet de verwarmingsinstallatie echter niet direct, maar door het jaarlijks met ca. 112.000 kWh voeden van het stroomnet. De stroomopbrengst komt tamelijk nauwkeurig overeen met het verbruik van de warmtepomp ofwel het stroomgebruik van ca. 25 eengezinswoningen. Ongeacht de distributie voorkomen de in de dakbedekking geïntegreerde fotovoltaïsche modules CO2-emissies van ca. 60 ton per jaar. De daadwerkelijk verbruikte stroom koopt Vitra als Ecostroom uit waterkracht. Dat geldt volgens de in 1993 geformuleerde richtlijnen van de onderneming voor milieubewust handelen voor alle vestigingsplaatsen – en daarmee ook voor de oudere tegenhanger van de betere helft.
De energiebesparingen ten opzichte van de oudere hal zijn aanzienlijk: het stroomgebruik van het twee keer zo grote nieuwe gebouw ligt 15 tot 20 procent lager, wat enerzijds aan het optimale gebruik van het daglicht toe te schrijven is maar anderzijds ook te danken is aan het BUS-gestuurde verlichtingsconcept. Deze technologie maakt zowel het naar believen programmeerbare, automatische aansturen van de verlichting met tijds- en groepsscenario's alsook het individuele, handmatige schakelen en dimmen van iedere afzonderlijke lamp mogelijk. Overkoepelend wordt de verlichting gestuurd via sensoren, die het kunstlicht met het binnenvallende daglicht energiebesparend coördineren. De energiebehoefte voor de verwarming werd drastisch gereduceerd: terwijl de verwarmingsinstallatie in het eerdere bouwwerk de eerste drie maanden van het jaar 2009 ca. 40.000 kubieke meter gas verbrandde, kwam de nieuwbouw dankzij de extra geïnstalleerde warmtepomp en het beter geïsoleerde omhulsel in dezelfde periode maar net tot 6.500 kubieke meter. En dat bij een dubbel oppervlak en een met 1,5 meter hogere binnenhoogte van nu acht meter.
De uitbreiding van de bruikbare binnenhoogte schept op het totale nuttige oppervlak van ca. 12.000 vierkante meter duidelijk meer stuwruimte. Het grondvlak van de nieuwe hal kan wegens een 25 meter uitgebreid steunraster bovendien zeer flexibel worden gebruikt. Dat de twee halgebouwen niet direct met elkaar verbonden zijn, is geen nadeel – enerzijds konden de functies en productieprocessen mooi over de twee helften van het gebouw worden verdeeld en anderzijds zorgt een tussen de laadperrons van de twee hallen pendelende, automatisch gestuurde containershuttle voor een probleemloze uitwisseling van de goederen.
Gelet op de details heeft Antonio Citterio het eerdere bouwwerk alleen uiterlijk gekopieerd, in de kern van de zaak echter geperfectioneerd. De 16 jaar later geboren tweeling bewijst, dat zijn oudere broer niet tot een overlevende generatie behoort, maar eerder tot het tijdloze, veranderbare genre, waarvan je de leeftijd zo snel niet opmerkt. Toch waren de bedrijfsmatige ervaringen met het eerdere bouwwerk gedurende 16 jaar zo positief uitgevallen, dat er geen bedenkingen tegen een uiterlijk onveranderde uitbreiding waren – wat de kwaliteit van de industriële architectuur van Antonio Citterio nog eens extra onderstreept. De energetische verbeteringen, de optimaliseringen van het lichtconcept en het vergrote ruimteaanbod diskwalificeren de voorganger derhalve helemaal niet, maar tonen aan, welk potentieel er in hoogwaardige, industriële architectuur zit. Anders dan vele van de omliggende doorsneesysteemhallen bewijst Vitra met zijn nieuwe "oude" logistiek- en productiecentrum dat men aanwezige ressources weet te gebruiken. Meer dan alleen een hommage aan de duurzaamheid.
Klaus Siegele







