nl-be Land kiezen Change country Sluiten

Vitra.

Collage'

„Belangrijk is, dat het werkt “

Hij was meer dan de man op de achtergrond, die techniek en ervaring ter beschikking stelde. Pas wanneer hij een werkingsmodel ontwikkeld had, kon het designproces beginnen. Egon Bräuning, de geniale ontwerper, uitvinder en inspirerende partner voor designers wereldwijd, is begin september 2009 overleden.


Een foto in de werkplaats: op de voorgrond een prototype van een ligbank van Maarten Van Severen, rechts – gedeeltelijk in beeld – een man die naar voor buigt en het regelmechanisme met één hand bedient. Over het bedrijf Vitra is het belangrijkste intussen al lang bekend: in teksten en via interviews zijn de fundamentele ideeën van grote baas Rolf Fehlbaum bij herhaling bekendgemaakt. Intensieve samenwerking met architecten en designers, onderliggende concepten zoals de collage ofte Net ’n’ Nest, het samengaan van networking en nesting om de productiviteit en het welzijn op kantoor te verbeteren – over veel van die zaken wordt al lang niet meer alleen door insiders gesproken. Maar wie is echter die man, die welhaast bij toeval in de rand van de foto gesukkeld lijkt?

Altijd weer iets meer

Het is Egon Bräuning. Hij is gereedschapsmaker en geschoold machinebouwtechnicus. In 1963 trad hij bij Vitra in dienst om plastic werktuigen te maken. Eigenlijk was dit bedoeld als startjob voor één of twee jaar, meteen na school, zo vertelt Bräuning, die in Mühlacker bij Pforzheim opgroeide. Maar hij leerde er zijn latere vrouw kennen en bleef. Decennia lang – van 1971 tot begin 2009 – stond hij aan het hoofd van de productontwikkeling. Via zijn passie voor werktuigbouw opende hij ongewone vooruitzichten voor de onderneming. „Eigenlijk wilde ik altijd het allerbeste. Materialen tot hun uiterste grenzen aanwenden. Altijd weer iets meer dan men gewoon was.” En – zo staat te lezen in het boek „Projekt Vitra“, waarin ook de foto terug te vinden is van de ligbank en de directeur ontwikkeling – hij is niet alleen “een autoriteit maar de belangrijkste medeauteur van zowat alle producten die Vitra op de markt brengt.” Dat zijn persoon en zijn werk tot nu toe nauwelijks in de bekendheid raakte, stoort hem niet. „Techniek blijft altijd op de achtergrond“, verklaart hij met volle stem in een Badens gekleurd Duits, “dat is normaal. Techniek fungeert meer als hulp. Belangrijk is, dat het werkt. Men moet zich niet als iemands concurrent opstellen, maar als een aanvulling.” Die iemand is de designer, die bij Vitra centraal staat in de productontwikkeling, zij het niet alleen en zeker niet alleen gelaten.


Voorop staat het werkingsmodel

Het zijn geen tekeningen en evenmin door designers ontworpen modellen die het uitgangspunt vormen van de meeste Vitra-producten, maar een technisch werkingsmodel, dat Egon Bräuning uitgewerkt heeft. Bij het begin staat het concept, worden functies gedefinieerd en pas dan begint de zoektocht naar de geschikte designer. „Bij het bouwen van een huis is het niet anders: ik kan de beste architect in huis halen, maar als ik niet weet wat ik wil, dan zal ook hij mijn ideale huis niet ontwerpen. Bij design gaat het net zo“, aldus nog Bräuning, die allesbehalve een randfiguur is. Wat dat betekent, blijkt op heel bijzondere wijze uit de vele richtingen waarin bureaustoelen kunnen bewegen. De nieuwe bureaustoel AC 4 van Antonio Citterio is één van de jongste projecten, die hij van het prille begin onder zijn hoede had.

Haarfijne afstemming is alles

„De belangrijkste vernieuwing bij de AC 4 zit hem in de rug“, aldus Bräuning. Bij het begin staan talloze vragen open: is een zo complex onderdeel stabiel genoeg? En opnieuw is de techniek op de achtergrond aan het werk. De slanke en gereduceerde vorm integreert drie onderscheiden functies. Boven de lendensteunzone begint een wegzakzone voor het bovenste deel van de rug, nog eens daarboven de steunzone voor de schouders. Het geheim zit in de haarfijne afstemming. Bijvoorbeeld bij de lendensteun: “Daar verwacht de proefingenieur, die de stoel certificeert, dat men de stoel goed voelt. Maar misschien zou de klant dan zeggen, die druk, die stoort mij”, aldus Bräuning. Opdracht van de productontwikkelaar is dan ook aan de wensen van de twee tegemoet te komen. Een slecht compromis, daar is allesbehalve nood aan, wel aan een precies uitgebalanceerd evenwicht. Dat geldt ook voor de juiste verhouding tussen dynamiek en stijfheid. „De grote kunst is dat die twee uiteindelijk bijeen passen.“ Analytische waarneming is één van de sterke punten van Bräuning: „Wanneer ik naar iemand kijk, hoe hij op een stoel zit en zich beweegt, of zijn bewegingen natuurlijk zijn, of bepaalde onderdelen hinderen, dan leer ik meer over de stoel dan wanneer ik er zelf op zou zitten.”



Een dynamisch zitgevoel ontwikkelen

In de loop van de jaren zijn de methodes en technieken in productontwikkeling ingrijpend veranderd. Toen in 1976 de bureaustoel Vitramat het levenslicht zag, bouwde Bräuning het synchroonmechanisme. Een uitvinding die de bureaumeubelsector danig veranderd heeft. Zitting en rugleuning waren nu met elkaar verbonden, moesten niet langer moeizaam met de hand versteld worden. Een nieuw dynamisch zitgevoel was geboren. En toch was het voor Vitra en Rolf Fehlbaum belangrijk meer te doen dan alleen maar verder te bouwen op die “Vitramat”. „Dan was Vitra een bureaumeubelfirma geworden zoals zovele andere“, zo blikt Bräuning terug. In de plaats daarvan sprak Fehlbaum de designers Mario Bellini en Antonio Citterio aan, en begon samen met hen nieuwe producten te ontwikkelen. „Als je kijkt naar programma’s zoals Metropol van Bellini en Ad Hoc van Citterio, dan zie je dat zij zonder meer tegengestelde concepten hanteren. Belangrijkste stap voor Vitra was het werkterrein zo ruim te maken.” De omstandigheden waarin producten destijds ontstonden, lijken vandaag de dag zonder meer avontuurlijk: “Een belastbaar prototype konden wij nog niet bouwen. Er was er alleen eentje waarop je heel voorzichtig kon gaan zitten om de bewegingen te simuleren. Veel meer was toen niet mogelijk. Niet zonder risico dus. Het resultaat was voor iedereen een onbekende“, zo verhaalt Bräuning. “Ga je elk risico uit de weg, dan blijf je ter plaatse trappelen. Ons grote voordeel is dat Rolf Fehlbaum mee aan boord is.“

Wisselwerking

De wisselwerking tussen ondernemer, fabrikant en designer, een proces dat bij wijlen jaren kan duren, heeft Rolf Fehlbaum bij herhaling beschreven: “Wat een mens vooruithelpt, is de wetenschap dat het designproces altijd een kwelling is. Het is een complex, moeizaam proces van alsmaar verbeteren en verfijnen. Maar precies vanwege de vele beperkingen wordt het werk interessant.” Het is een spel waarin routine niet bestaat, een spel dat altijd van voor af aan begint. Een wonderbaarlijk spel echter: „Eenmaal de eindbestemming bereikt”, aldus Fehlbaum, „ben je heel zeker dat het ontwerp een stap voorwaarts is, en vraag je je af waarom het proces zo lang geduurd heeft.“ Het hoeft dus niet te verbazen dat Bräuning dit vandaag de dag als volgt samenvat: “Ik werk het liefst met mensen die goed kunnen discussiëren. Ik heb liever een schets dan een uitgewerkte tekening.” Met designers zit hij regelmatig voor intensieve workshops samen. “Wie vandaag de dag in hoofdzaak detailontwerpen op de computer maakt, is niet zo vrij als ik destijds was.” Bräuning is ontegensprekelijk te vinden voor de mogelijkheid om ideeën op computer te bewerken of de materiaalstroom bij gietstukken te simuleren, vooraleer dure werktuigen besteld worden. Een nieuw ontwikkeld model moet nieuwe zaken brengen, nieuwe functies, zo eist hij. Voor de nieuwe bureaustoel AC 4 mocht Bräuning voor Vitra drie octrooien aanvragen: naast de onderliggende mechaniek en de in zones ingedeelde rugleuning werden ook de armleuningen geoctrooieerd: deze bewegen zich heel precies in een uiterst compact gietstuk en laten de ingebouwde techniek eerder discreet zien.



Tot het uiterste gaan

Kan Bräuning zich vinden in de utopie van architect en designer Marcel Breuer, die in 1925 verklaarde: „uiteindelijk zullen wij allemaal op een verende luchtkolom zitten“? Eigenlijk niet: volgens Bräuning komen er geen revolutionaire veranderingen maar alsmaar moeizaam bewerkstelligde detailverbeteringen: “Doorslaggevend daarbij is”, zo verklaart hij, “materialen doelmatig aan te wenden en ermee tot het uiterste te gaan. De komende tijd zal dit vooral interessant worden.”


Tekst: Thomas Edelmann, Stylepark

Dit artikel naar een kennis sturen

Annuleren

Meer uit deze categorie