De Vitra-fabriek, of liever Vitra-fabrieken – het zijn er namelijk twee: de ene in Birsfelden (Zwitserland) en de andere in Weil am Rhein (Duitsland) – liggen in de metropoolregio Bazel, op het drielandenpunt van Duitsland, Zwitserland en Frankrijk.
De Zwitserse vestiging in Birsfelden werd het eerst gebouwd, aanvankelijk met een fabrieksgebouw van de Bazelse architecten Beck en Baur in het jaar 1950. Vele jaren later, in 1994, bouwde Frank Gehry naast deze fabriek, waarin tegenwoordig het productontwikkelingscentrum is ondergebracht, het Vitra Center, het hoofdkantoor van Vitra.
De Duitse vestiging in Weil am Rhein – direct over de grens, op zes kilometer van Birsfelden – maakte een dynamischer ontwikkeling door, omdat hier veel meer bouwoppervlak beschikbaar was. In 1954 verrees hier een eerste fabrieksgebouw met een klein administratiekantoor, waar in de loop der jaren nog een aantal anonieme industriegebouwen bijkwam. Dat veranderde allemaal toen in 1981 het merendeel van de Vitra-fabrieksgebouwen ten prooi viel aan een grote brand. Deze catastrofe bood een mooie gelegenheid om Vitra en zijn omgeving opnieuw gestalte te geven.
Het eerste gebouw van het nieuwe tijdperk was de door Nicholas Grimshaw gebouwde fabriek. De industrieel architectonische opzet van dit gebouw strookte goed met de technische organisatie van Vitra. De succesvolle samenwerking met Grimshaw was voor Vitra aanleiding om hem te verzoeken ook een bouwplan voor de toekomstige ontwikkeling van de vestiging te ontwerpen. Grimshaw ging daarbij uit van het rationalistische visioen van een unieke Corporate Identity, die tot uitdrukking wordt gebracht in een bij deze identiteit passend geheel van architectonische eenheden. Grimshaw ontwierp vervolgens een tweede gebouw, waarna dit concept radicaal werd omgegooid.
Het keerpunt voor Grimshaw was zijn ontmoeting met Claes Oldenburg die samen met Coosje van Bruggen het beeld Balancing Tools (1984) voor de Vitra-vestiging had ontworpen. Deze speelse, maar ook ietwat subversieve sculptuur had grote invloed op de hele sfeer van de locatie, die echter pas na het bezoek van Frank Gehry, een vriend van Oldenburg, en zijn gedachtewisseling met Rolf Fehlbaum fundamenteel zou veranderen.
Het idee van een gestandaardiseerde industrielocatie werd verlaten en in 1989 werden de eerste duurzame gebouwen van Frank Gehry buiten de Verenigde Staten geopend: het Vitra Design Museum en een fabrieksgebouw. De dialectiek tussen Grimshaw en Gehry leidde tot een nieuw standaardconcept, een collage die berust op de gezonde spanningsverhouding van de diversiteit en waarbij elk gebouw door verschillende architecten wordt gebouwd; niet om zo een collectie van architecten aan te leggen – zoals de Vitra-locatie onterecht nogal eens wordt geïnterpreteerd – maar om een energetische en eigentijdse “campus” te creëren waarop industriële, administratieve en culturele activiteiten met elkaar kunnen samengaan.
Zaha Hadid mocht vervolgens een brandweerkazerne ontwerpen – het eerste gebouw dat van haar werd gerealiseerd – die in 1993 werd geopend. Het conferentiepaviljoen van Tadao Ando uit hetzelfde jaar was zijn eerste gebouw buiten Japan. Het fabrieksgebouw en de “poort” van Álvaro Siza werden in 1994 voltooid.
De keuze van de architecten gebeurde op grond van Rolf Fehlbaums eigen voorkeur en wie er naar zijn oordeel het best voor een bepaalde bouwopdracht geschikt was. Een belangrijke overweging hierbij was ook dat deze architecten nog geen enkele betrekking met de metropoolregio Bazel hadden. De Vitra-vestiging moest een eigen wereld zijn, zonder enige relatie met de architectonische trends in de regio. Om die reden werden aanstormende architecten uit Bazel destijds buiten beschouwing gelaten.
Eva Jiricna en Antonio Citterio werkten alleen met bestaande gebouwen. Een geodetische dome van Buckminster Fuller uit 1978-79 en een tankstation van Jean Prouvé uit 1953 bleven behouden en werden na restauratie weer op het terrein geïnstalleerd. Jasper Morrison ontwierp twee nieuwe bushaltes.
Rond 2005 waren er nieuwe behoeften gegroeid. Naast een sterke uitbreiding van de productie van kantoormeubelen, had Vitra in de voorgaande jaren een breed scala van woonmeubels ontwikkeld, en dit leidde tot het idee van een nieuw type presentatieruimte, het VitraHaus. Daar kwam bij dat een oud fabrieksgebouw aan vervanging toe was en een vrijstaand magazijn in de fabriek geïntegreerd moest worden. En tot slot werd ook duidelijk dat de inrichting van de door het Vitra Design Museum georganiseerde kinderworkshops niet meer aan de eisen voldeed. Het antwoord op deze nieuwe behoeften was de keuze van nieuwe architecten.
De opdracht voor de bouw van het VitraHaus was een mooie gelegenheid om Herzog & de Meuron te vragen een bijdrage aan de Vitra-locatie te leveren. Deze eminente architecten waren al vele jaren veel meer dan alleen regionale grootheden; ironisch genoeg leverde hun uitgebreide kennis van, en hun voorliefde voor hun regio een ontwerp op dat gebruik maakt van de conventionele, lokale bouwstijl, maar dan toch in een heel andere vorm.
De opdracht voor een 20.000 m2 groot fabrieksgebouw ging naar SANAA. De keuze van Kazuyo Sejima was ingegeven door nieuwsgierigheid en door de uitdaging haar geraffineerde esthetiek de confrontatie met de eisen van een industriegebouw te laten aangaan. Het resultaat is een geheel nieuw type fabriek.
Beide gebouwen werden in 2009 voltooid.
Het werk van Herzog & de Meuron en van SANAA was al lange tijd bekend en gewaardeerd; de Chileen Alejandro Aravena is daarentegen een latere ontdekking. De beslissing hem de opdracht voor het ontwerp van het workshopgebouw te verlenen, werd genomen op grond van zijn nieuwe en directe aanpak en ook door zijn ervaring met sociale woningbouw in Chili. De grote uitdaging voor hem was ondanks de financiële en ecologische beperkingen een poëtisch en uitnodigend gebouw te ontwerpen.
Het gebouw van Aravena verkeert nog in de planningfase en wordt in het voorjaar van 2010 voltooid.

14 April 2008.