Vitra kan niet terugblikken op een vergelijkbaar lange architectuurtraditie, hoewel er tussen het oorspronkelijke concept van 1981 en de vermoedelijke afronding van de laatste werkzaamheden in 2009 drie decennia van architectonische topprestaties liggen. De facettenrijkdom van de architectuur – evenals de betekenis van sommige bouwwerken in de biografie van hun ontwerpers – maakt Vitra echter tot iets unieks, zoals Johnson in een opwelling van kritische mildheid vermocht te benadrukken.
Na een brand in 1981 werd het complex opnieuw opgebouwd en in de daarop volgende jaren met medewerking van een hele reeks belangrijke architecten uitgebreid. De Brit Nicholas Grimshaw bouwde de productiehallen in de jaren na de brand, terwijl de Tsjechische architecte Eva Jiricna en de Italiaanse designer Antonio Citterio zich bezig hielden met de gedeeltelijke verbouwingen. In 1989 voltooide Gehry de werkzaamheden voor een productiehal en het Vitra Design Museum – zijn eerste werk in Europa en het begin van een voor zijn carrière ongewoon invloedrijke fase. Tussen1993 en 1994 bouwde de Portugees Álvaro Siza een andere productiehal, de Japanners Tadao Ando een congrespaviljoen – eveneens zijn eerste werk in Europa – en realiseerde de reeds genoemde Zaha Hadid met de brandweerkazerne haar eerste gebouw, sinds zij in 1992 haar faam met het behalen van de eerste plaats in de wedstrijd voor de Peak Leisure Club in Hongkong had gevestigd. In de daarop volgende jaren werd het complex aangevuld met de aankoop van een aantal bouwwerken – een koepelvormige tentconstructie van Richard Buckminster Fuller, een benzinestation van Jean Prouvé en een bushalte van Jasper Morrison – In 2006 zullen echter de werkzaamheden worden hervat met een ongebruikelijke cirkelvormige hal, met laadperrons, waaraan de transportvoertuigen rondom kunnen worden vastgekoppeld. Voor het ontwerp is het in Tokio gevestigde bureau SANAA (Kazuyo Sejima en Ryue Nishizawa) verantwoordelijk. Jacques Herzog en Pierre de Meuron ontwierpen bovendien het Vitrahuis, een grote showroom voor de producten van Vitra Home, waarin verschillende, voor hen typische motieven worden gecombineerd, zoals het klassieke puntdak en een cumulatie van vormen, die zinspelen op hun meest recente creaties. Naast de Zwitsers zijn al vijf van de bij Vitra vertegenwoordigde architectenbureaus onderscheiden met de prestigieuze Pritzker Architecture Price. Bijzonder opvallend is hierbij dat de opdracht, behalve in het laatste geval, steeds is verleend vóór de toekenning van de prijs – een duidelijke aanwijzing voor de gave van Rolf Fehlbaum om talent te signaleren.
Ongeacht de andere gebouwen van het bedrijf – Antonio Citterio bouwde een andere fabriek in het Duitse Neuenburg en Frank Gehry het Vitra Center in het Zwitserse Birsfelden in de buurt van Basel – vormen de bouwwerken in Weil am Rhein wegens hun nieuwe vormen en schitterende uitstraling zo’n uniek en kosmopolitisch geheel, dat zij onmiddellijk zijn opgenomen op de lijst met architecturale reisbestemmingen voor de regio, die al wegens de nabijheid van de bedevaartskapel Notre-Dame-du-Haut in Ronchamp van Le Corbusier en het Goetheanum van Rudolf Steiner in Dornach bekend is. Vóór de overname van het familiebedrijf promoveerde Rolf Fehlbaum op een proefschrift over de utopisch socialist Saint-Simon, een aristocraat uit de tijd van Napoleon en voorstander van een nieuwe industriële religie. Door zo veel cultus rond wetenschap en techniek moet Fehlbaum zich geïnspireerd hebben gevoeld.
De eerste gebouwen van Nicholas Grimshaw zijn geënt op de hightech-traditie, waardoor een groot deel van de Angelsaksische architectuur wordt gekenmerkt: onopgesmukt, functioneel en exact. Door Frank Gehry de opdracht voor het museum te geven,werd echter gebroken met deze strenge lijn. Het voor de collectie van het bedrijf ontworpen bouwwerk van de Californiër – oorspronkelijk stoelontwerper – wordt gekenmerkt door zijn sculpturale gebroken vormen in een omhulsel van wit pleister en bladzink, met een verrassend en uiterst complex interieur – en door een schitterende zeggingskracht. Tegenover de gigantische polychrome werktuigen van zijn vriend de beeldhouwer Claes Oldenburg – met wie hij al had gewerkt aan de beroemde Chiat Day-gebouwen in Los Angeles, waarvan de gevel wordt opgesierd door de reusachtige prismakijker van Oldenburg – wekt het kleine bouwwerk van Gehry, dat hij geheel zonder de voor hem later zo handige CATIA-software heeft ontwikkeld, de indruk van een speelse uitdaging van vorm en intellect. Een echo van deze indruk bespeurt men nu nog in veel architectonische werken; het door Gehry zelf gebouwde Guggenheim-museum in Bilbao is ongetwijfeld het beroemdste voorbeeld.

09 April 2008.