Vitra.

Vitra Magazine'

culture Verzamelen en overdragen: het Vitra Design Museum

Dit artikel naar een vriend versturen

Annuleren

/ Deyan Sudjic

In die wetenschap werden de collecties van Vitra opgebouwd op basis van deze beide uitgangspunten: we hebben ervan geleerd en zijn een stapje verder gegaan. Het bedrijf kan bogen op een unieke succesgeschiedenis op het gebied van de productie en conceptie van nieuwe meubeltypologieën. De studie van de collecties speelde daarbij een beslissende rol en wel op een manier die de oprichters van het Victoria & Albert Museum onmiddellijk zou overtuigen. Begin jaren '80, toen het Vitra Design Museum nog niet was gebouwd, kon je bij Vitra door de direct naast de productieruimten gelegen kantoren wandelen en dan stuitte je tussen de bureaus op de meegenomen, verkleurde overgebleven stukken uit de heroïsche periode van het moderne design. Ze riepen op het in het vervolg beter te doen en waren eerder schoolvoorbeelden voor een creatieve onderneming dan trofeeën. En deze collectie bestaat nog steeds tussen de productiegebouwen van het bedrijf als een soort encyclopedie waarop men altijd kan terugvallen. Ze weerspiegelt ook de wereldbeschouwing van Fehlbaum, volgens welke industrieel design bepalende inzichten verschaft in de aard van de huidige wereld, waarin het materiële en het spirituele een even belangrijke rol spelen. Natuurlijk trekt een collectie als die van het Museum of Modern Art in New York of het Centre Pompidou in Parijs een breder publiek. Vitra verzamelt geen computers, auto's, wasmachines, helikopters of vuurwapens en ook geen mode. De belangstelling is in de eerste plaats gericht op meubelstukken in samenhang met architectuur en binnenhuisarchitectuur. En met uitzondering van enkele klassiekers, die de innovatieve mogelijkheden van massaproductie aantonen, is het stilistisch beperkt tot de klassieke moderne kunst en de opvolgers daarvan. Maar binnen dit geselecteerde gebied van moderne design – waaronder tegenwoordig ook verlichting valt – biedt Vitra een unieke overvloed aan objecten.

Toen Ray Eames overleed, beschikte geen enkel Amerikaans museum over de middelen om het gehele archief van de onderneming te kopen, dat rond het midden van de 20ste eeuw wel het meest briljante designatelier ter wereld was geweest. Vitra heeft middelen en manieren gevonden om dit te doen – en als dank voor de inspanningen werd het bedrijf lange tijd beschouwd als een onwelkome indringer, die met een onschatbaar waardevol onderdeel van het Amerikaanse culturele erfgoed aan de haal was gegaan. Als de documenten van Barragán in Mexico zouden dreigen te vergaan, zouden deze ook door Vitra worden gered. De collectie van Vitra omvat vanzelfsprekend Sottsass en Memphis, Panton, Kuramata, Aalto en Arad, Pesce en Colombo. Ze gaat echter ook terug tot aan het begin van de industriële productie, ongeveer tot Thonet en nog verder terug.

De collectie is begonnen met de aankoop van een unieke stoel door Fehlbaum, die was ontworpen en geproduceerd door de grote, door en door Franse ingenieur en designer Jean Prouvé. Wat Fehlbaum fascineerde aan deze stoel, was de daarin belichaamde combinatie van geraffineerde productietechniek en esthetische sensibiliteit. De collectie behield haar huidige vorm toen Fehlbaum kennismaakte met Alexander von Vegesack. Na tijdelijk werk bij een theater en als drijvende kracht achter tentoonstellingen klopte Von Vegesack bij Billy Wilder op de deur om zijn Bauhaus-designcollectie te komen bekijken. In de loop der jaren had Von Vegesack een aanmerkelijke eigen collectie opgebouwd, op basis van kennis die men niet opdoet door een academische studie te volgen, maar op basis van het levendige inzicht in de ontwikkeling van productie en techniek die het oplettende oog van een verzamelaar verwerft. Fehlbaum kocht de collectie meubels van vormgegeven hout en stalen buizen van Von Vegesack. Zoals Fehlbaum zegt, had hij geen duidelijke strategie welke richting de collectie vervolgens moest gaan. Hij geniet ervan te zien, waarheen de gebeurtenissen hem leiden.

Een collectie kan niet objectief zijn. Het zit in de natuur van het verzamelen dat dit berust op beslissingen. De cruciale beslissing is wat voor soort dingen men verzamelt. Op welke concrete exemplaren men zich daarbij wil richten, is een andere. Deze beslissingen verraden onverbiddelijk, wat voor persoonlijkheid schuil gaat achter een collectie. De manier waarop dingen worden gemaakt, prikkelt Fehlbaum. Staande naast het productiegebouw van Vitra, vertelt hij enthousiast over het magische moment als er een rubber schijf wordt geplaatst tussen het omgebogen metaal van een stoelpoot en de zitschaal van glasvezel om ze met elkaar te verbinden. Maar hij kan eveneens enthousiast zijn over de culturele betekenis van de stoel en over het vermogen ervan een kunstzinnig moment of een sociale ontwikkeling te weerspiegelen. Hij heeft een universele, maar harmonische smaak die de keuze voor elk object beïnvloedt dat wordt aangekocht voor de collectie. En het is grotendeels ook deze smaak, die de collectie zo indrukwekkend maakt.

Oorspronkelijk was er niet voorzien in de bouw van een museum om de collectie te presenteren. Fehlbaum had overwogen een villa te kopen om ze in te herbergen. Maar toen deed de kans zich voor – in het kader van de omvangrijke uitbreiding van de Vitra Campus in Weil am Rhein – om een apart gebouw voor de collectie neer te laten zetten. Via Claes Oldenburg, die van Fehlbaum een opdracht voor een sculptuur had gekregen als geschenk voor de 70ste verjaardag van zijn vader, ontmoette hij op een ongedwongen manier Frank Gehry. Fehlbaum had Gehry destijds gevraagd om na te denken over meubels voor Vitra, maar het was hem nog nooit gelukt hem een antwoord te ontfutselen. Het productiegebouw met het belendende museum, of omgekeerd, is Gehry's verlate antwoord.

16 April 2008.

Schrijver
Deyan Sudjic
Foto's
Malte Bruns, Jyrgen Ueberschär, Tobias Wootton