Vitra.

Vitra Magazine'

design Vitra Edition

Dit artikel naar een vriend versturen

Annuleren

/ 1987: de eerste Vitra Edition

Ik ontmoette Rolf Fehlbaum, de directeur van de Zwitserse firma Vitra, voor het eerst in 1984. Een wederzijdse vriend, de kunstenaar Balthasar Burkhard, stelde ons aan elkaar voor bij de opening en onthulling van Balancing Tools, een groot beeldhouwwerk van Claes Oldenburg een Coosje Van Bruggen. Rolf had opdracht tot dit werk gegeven omde zeventigste verjaardag van zijn vader, Willi Fehlbaum, de oprichter van het bedrijf te vieren. Het beeldhouwwerk staat nog steeds voor het hoofdgebouw van de fabriek in Weil am Rhein, en blijft een dynamisch en speels embleem van de Vitra-filosofie. Die eerste ontmoeting met Rolf werd door vele andere gevolgd en ik kreeg begrip voor en plezier in zijn hartstochtelijke en nieuwsgierige omgang met design en de risico's die hij daarbij nam. Medio de jaren ’80 werkte ik als curator in Musée d’Art et d’Histoire in Genève. Rolf en ik hadden toen veel gemeenschappelijke interesses en vaak voerden we levendige discussies. Tijdens een van die gesprekken beschreef hij een Vitra-project waarvoor hij experimentele objecten wilde laten bouwen, met het uiteindelijke doel nieuwe producten te ontwikkelen. Ik was zelf ook gegrepen door het idee van objecten die processen en vormen verkennen en had kort tevoren de tentoonstelling ‘Alberto Giacometti, retour à la figuration, 1933—1947’ georganiseerd. In de jaren ’30 en ’40 had Giacometti, naast zijn beelden en tekeningen, in opdracht van Jean-Michel Frank en Albert Skira ook gebruiksobjecten geproduceerd. Terwijl ik bezig was met het opzetten van deze tentoonstelling werd het me duidelijk dat Giacometti’s visuele onderzoekingen niet tot bepaalde categorieën beperkt bleven, en ik besloot dan ook zijn functionele objecten samen met zijn kunstwerken te laten zien. Schoorsteenmantels, lampen, vazen, potten en kasten deelden dezelfde ruimte met meer traditionele voorbeelden van ‘schone kunst’. De zin en de betekenis van wat hij tot stand had gebracht omvatte al deze magnifieke ontwerpen. Uitgaande van onze gemeenschappelijke interesses begonnen Rolf en ik in 1986 aan een samenwerkingsproject. Onze opzet was de notie van het object te verkennen – als sculptuur èn als functioneel product. We besloten architecten, designers en kunstenaars uit te nodigen om binnen de parameters van een specifiek project te werken: de productie van prototypen voor stoelen. Dit was de oorsprong van de eerste Vitra Edition, tentoongesteld in het Musée Rath in Genève in februari 1987. De acht deelnemers waren Ron Arad, Richard Artschwager, Frank Gehry, Shiro Kuramata, Gaetano Pesce, Denis Santachiara, Ettore Sottsass en Scott Burton. De bedoeling was een zo breed mogelijk scala van visies en benaderingen te laten zien, en hoe wild en fantastisch de resultaten waren, spreekt wel uit de titels van de werken. Well-Tempered Chair (Arad), Chair/Chair (Artschwager), Little Beaver (Gehry), How High the Moon, (Kuramata), Greene Street Chair (Pesce), The Sisters (Santachiara), Teodora (Sottsass), Soft Geometric Chair (Burton). De tentoonstelling was een nogal ongebruikelijke keuze voor het Musée Rath, dat doorgaans een wat klassieker en conservatiever programma bracht. Het museum was ook helemaal niet gewend zo snel te moeten werken: tussen begin en realisatie van het project zaten maar een paar maanden. Op de een of andere manier maakte de tijdsdruk de ervaring alleen maar intenser en werd het genereren van vormen erdoor versneld. De kunstenaars brachten hun uitgebreide kennis van ambachtelijk handwerk en traditie in het proces in. Ik weet nog dat ik dacht dat de prototypen in wezen sculpturen waren gebleven, de uitdrukking van dezelfde drijfveren, vragen en oplossingen. Niet ieder prototype werd een industrieel product, maar ze hadden elk hun eigen, unieke karakter. Het denken en de praktijk die eraan ten grondslag lagen, leverden een stimulerende tentoonstelling die nog eens duidelijk maakte hoe belangrijk het gevoel van vrijheid en spel was geweest. Het project bood een goede gelegenheid om te zien hoe nauw technologie en kunst met elkaar verbonden zijn, en verkende ook de mogelijkheden van de grootste hoop van het modernisme: de productie van in serie vervaardigde objecten van hoge kwaliteit. Ik herinner me ook enkele negatieve reacties op de tentoonstelling: waarom prototypen van stoelen tentoonstellen? Waarom werkt het museum samen met de industrie? Nu we alweer zoveel verder zijn, is die weerstand moeilijk te begrijpen. Gelukkig zijn de tijden veranderd. De grenzen tussen kunst en design zijn vervaagd en de nauwe samenhang tussen beide wordt gemakkelijker geaccepteerd. Design neemt een belangrijke plaats in de moderne kunstwereld in, zowel commercieel als museaal. Voor een deel is dit te danken aan de oprichting van designmusea, zoals dat van Vitra. Het hedendaagse designlandschap is naar mijn mening ingrijpend ten goede veranderd sinds die eerste Vitra Edition, nu twintig jaar geleden. Hendel Teicher

Filter

14 April 2008.