Kun je een stoel planten? Nou en of. In Noord-Amerika werden in de 19de eeuw jonge bomen jarenlang zo in een bepaalde vorm gedwongen dat ze de vormen van een stoel aannamen. Ronan en Erwan Bouroullec waren zo door deze traditionele kweekmethode gefascineerd dat ze op het idee kwamen om zelf een “gegroeide” stoel te ontwerpen. Alles wat moet groeien, heeft zijn tijd nodig en zo kwam de Vegetal in een ongewoon lang designproces tot stand. Vier jaar nadat de eerste ideeën ontstonden, stellen we hem nu aan u voor: een stoel van vezelversterkt polyamide. Vlakke takken die met elkaar zijn vervlochten en verweven tot een asymmetrische zitschaal die een onregelmatige cirkel vormt. Het vlechtwerk van kunststofstroken ontleent zijn stabiliteit aan ribben die naar onderen toe uitgroeien en overgaan in de poten. Van achteren gezien doet de Vegetal denken aan een blad met meerdere stelen en een groot aantal zich vertakkende nerven.
“Als designers is het onze taak nieuwe structuren, nieuwe constructievormen te vinden“, zo omschrijft Ronan Bouroullec zijn werk: “En deze stoel is bovenal structuur en niet zomaar een motief.“ Maar hoe komt het dat de Vegetal er helemaal niet uitziet als een samengevoegde constructie, maar veeleer uit één stuk gegoten lijkt? Bij het basisidee van de gegroeide stoel kwam later nog een tweede moment van inspiratie, dat voortkwam uit het intensieve werk dat de gebroeders Bouroullec met spuitgieten hadden verricht. “Zoals het bloed in de aderen”, aldus Ronan Bouroullec, “zo schiet bij het spuitgieten de kunststof in de vorm, en hoe fijner en meer vertakt die vorm is, hoe beter de kunststof zich kan verdelen.” Al gauw stond de beide broers een duidelijk idee voor ogen: ronde, ranke poten groeien omhoog, buigen en vertakken zich tot een ineengevlochten zitschaal, kronkelen omhoog en vertakken zich weer verder tot rug- en armleuningen. Toen zij destijds met een heel schetsboek vol met deze ideeën bij Vitra aankwamen, was men daar meteen enthousiast.
“Provocerend en fris” vond Egon Bräuning, hoofd productontwikkeling, hun idee. “In de eerste ontwerpfase maakten ze zich nog weinig druk over de maakbaarheid van het ontwerp. Dat is er ook wel aan af te zien.” Luttele maanden na deze eerste ontmoeting hadden de Bouroullecs een uitgewerkte driedimensionale voorstelling van hun stoelidee gereed: volledig asymmetrisch, ineengevlochten en gegroeid, als had de natuur zelf voor constructeur gespeeld, was een stoel ontstaan die, ook al was het er niet aan af te zien, ook nog stapelbaar was. Juist de technische maakbaarheid van dit eerste ontwerp leverde nogal wat beperkingen op.
Al gauw werd duidelijk dat deze geaderde en vertakte stoel zo nooit gespuitgiet en uit de vorm verwijderd kon worden. Er waren ook geen middelen beschikbaar om de stabiliteit van een geheel asymmetrisch zitvlak te berekenen. De gebroeders Bouroullec, en ook Egon Bräuning of Vitra-directeur Chairman Rolf Fehlbaum, lieten zich daardoor echter niet uit het veld slaan. “Bij Vitra zit je onder een soort beschermkap”, zegt Ronan Bouroullec lachend over de samenwerking. Beide broers konden verder werken aan het project zonder zich iets van de dwang van de markt te hoeven aantrekken.
Op de benedenetage van hun drie verdiepingen tellende kantoor in Parijs, waar zich de modelbouwwerkplaats bevindt, begon nu een spel met grafische vormen. Op grote vellen papier tekenden de Bouroullecs zitschalen in vele varianten, maakten tal van vlechtwerken met kleine takken en vergeleken die met structuren met minder, en dus bredere takken. Bij ieder nieuw model was het zaak in het zitvlak een optisch in de structuur verdwijnende rechthoek van stabiele, dragende elementen te integreren. De zitschaal verlangde bovendien een stabiele onderconstructie waarvoor niet teveel materiaal gebruikt mocht worden.
Bij een van de vele ontmoetingen met Vitra leidde dit tot de oplossing in de vorm van een T-profiel. “Het T-profiel was allereerst een rationele beslissing” erkent Erwan Bouroullec: “Maar toen we deze oplossing gevonden hadden, was er een belangrijk obstakel overwonnen.” Maar toen het eerste harsmodel gegoten was, deed zich een onaangename verrassing voor: “Toen we op de stoel gingen zitten, moesten we vaststellen dat hij niet bepaald lekker zat”, herinnert Erwan Bouroullec zich. De basisconstructie lag nu wel vast, maar de eeuwige afweging tussen ergonomie, design en technische maakbaarheid was nog lang niet compleet. Hoe geef je de zitschaal een ergonomische vorm? Waarom lijkt de zitschaal meer op een vlak vol gaten dan op met elkaar vergroeide takken? De beide broers moesten een paar knopen doorhakken. Ze verminderden het aantal takken, vlakten ze af en verbeterden zo de ergonomie van de stoel. Om de schaal er echt als een gegroeid geheel uit te laten zien, verdeelden ze de zitschaal in drie vlakken en vervlochten deze op de kruispunten met elkaar. Ze zaagden ontelbare harsmodellen in stukken en modelleerden deze met boetseerhars weer in een andere vorm. “We bouwden het ene model na het andere om er achter te komen waarom de stoel in ons hoofd zo duidelijk was, maar in de realiteit ronduit vreselijk,” zegt Ronan Bouroullec.
Ook het op de achtergrond geraakte probleem met de poten dook weer op. Van Vitra kwam het voorstel om de voorpoten samen met de zitschaal te gieten en de achterpoten apart te houden en later met de rest te verlijmen. Het uitwerken van de overgang van de poten naar de zitschaal vergde nog heel wat ontwerptechnische hoofdbrekens. Het allermoeilijkste was nog de scheiding tussen de beide helften van de gietvorm zo te berekenen dat er na het gieten geen storende bramen achter zouden blijven. Egon Bräuning, die al 45 jaar bij Vitra werkt, zegt: “Vegetal was het ingewikkeldste project dat ik ooit heb meegemaakt.” We nemen het graag van hem aan.
Deze tekst werd voor het eerst gepubliceerd in het magazine form.
Tekst: Miriam Irle
Foto’s: courtesy of Bouroullec Studio


































