Begin jaren ’90 gebeurden er bij Vitra een aantal dingen die allemaal met hetzelfde probleem te maken hadden. In die tijd was de aandacht van Vitra volledig geconcentreerd op het idee van de kantoorwerkplek die een eind moest maken aan conventies die steeds meer als een probleem werden ervaren. Daarbij ging het vooral om een overtuiging die vandaag de dag triviaal lijkt, maar die toen nog ongehoord was: als we het grootste deel van onze tijd op ons werk doorbrengen, dan kan het echte leven toch niet pas buiten de muren daarvan beginnen? Dan moet er ook binnen het kantoor ruimte voor dit leven worden geschapen.
Vitra heeft zich reeds in een vroeg stadium tot taak gesteld om over de aard van de werkplek na te denken. Het eerste kantoormeubelprogramma dat Vitra in Europa mocht distribueren geldt als de eerste meubelfamilie die speciaal voor het Open Plan Office ontworpen was. Dit door George Nelson en Robert Probst bedachte werkmodel heette Action Office en was een in meubels belichaamde opvatting van werkprocedures, bewegingen en veranderingen met een sociaal karakter. Probst verwoordde het later zo: “De organisatie van het leven verdraagt geen omgeving meer die alleen de status uitdraagt dat we niets anders kunnen doen dan steeds maar weer hetzelfde nummertje opvoeren.” Die oude kantoormeubeltypologie in een nieuw jasje steken was iets waar hij geen genoegen mee nam. Modulariteit, groei en beweeglijkheid waren de inspiratiebron voor het revolutionaire idee van het Action Office. De nieuwe verschijningsvormen van de objecten van dit nieuwe kantoor ontstonden door nauwlettend te observeren wat zich aan en om het bureau afspeelt. Het nauwkeurig bestuderen van de ruimtelijke opeenvolging van typische werkprocedures resulteerde in kortere routes en een veel efficiëntere reikwijdte van de kantoorwerker.
Nadat Vitra met Mario Bellini en zijn concept Metropol het eerste kantoorsysteem volgens deze principes op de markt had gebracht, kwam in 1992 de grote doorbraak met de introductie van het samen met Antonio ontwikkelde systeem Ad Hoc. Hoewel het een door en door consequent systeem is, en dus berust op een complexe structuur van componenten die zich eindeloos met elkaar laten combineren, uitdrukking aan nieuwe architectonische visies geven en tegemoet kunnen komen aan arbeidsorganisatorische behoeften die steeds weer opnieuw aandienen, wordt Ad Hoc nog tot op de dag vandaag verder ontwikkeld en is het nog steeds in staat nieuwe impulsen aan het werken op kantoor te geven. Het was van meet af geconcipieerd als open organisatie van een collectie veelzijdige modulen en kon zich zo steeds weer met veranderde eisen en opeenvolgende generaties informatietechnologieën assimileren en zo standhouden.
Daarnaast gunde Vitra zichzelf de vrijheid om veel onderzoek aan dit thema te wijden: een project dat door het Vitra Design Museum werd opgezet en waarvoor drie beroemde en zeer verschillende werkende Italiaanse pioniers op het gebied van design en architectuur in de arm werden genomen. Ettore Sottsass, Michele de Lucchi – die zich beiden reeds jarenlang met het design van kantoorinterieurs en kantoorsystemen hadden beziggehouden – en Andrea Branzi, die zich als theoreticus op het gebied van de werkplek had bewogen. Het project werd Citizen Office gedoopt omdat het als middelpunt van een nieuwe kantooromgeving als urbane leefsfeer en als ontmoetingsplek voor zelfbewuste, onafhankelijke individuen wilde fungeren. Tegenover de uit de ideologie van de controle, de autoriteit en de uniformiteit voortgekomen onderdanen van de hiërarchie van het pas in de jaren ’60 afgezworen taylorisme stelde Vitra het paradigma van de vrije kantoorcitoyen. De utopische geesten naar dit model dachten meer in categorieën als afwisseling, mobiliteit, desegmentatie, transformatie, demystificatie en nomadendom. Dat leidde tot modellen die toch alleszins realistisch waren, dankzij de samenwerking met Siemens dat als geen ander de maakbaarheid van de technologische toekomstvisie had aangetoond. Citizen Office verkende de werkplek veeleer vanuit het urbane leven dan dat het deze als uitgangspunt nam. Terugkijkend lijkt het uitgangspunt van dit project, de acceptatie van complexiteit, een verbazingwekkend nauwkeurige vooruitblik op de veranderingen destijds plaatsvonden.
In het jaar 2000 maakte Vitra een begin met een baanbrekende ontwikkeling die te maken had met het onderzoek naar de principes van het kantoor van de toekomst. Deze ontwikkeling bestond uit een omvangrijk intern experiment, het “Network Office”, waarin een groot deel van de verschillende administratieve activiteiten van Vitra ondergebracht moesten worden. Ook hier draaide weer alles om het Vitra-idee dat alles in wezen een interpretatie is van het basismotief van de collage.
De Londense binnenhuisarchitecte Sevil Peach was Vitra al een paar jaar eerder opgevallen, toen zij enkele buitengewoon inspirerende kantoren met Vitra-objecten had ingericht. Zo had Vitra zich altijd al het gebruik van zijn palet van kantoorinstrumentaria voor aangename leefruimten voorgesteld. Om op dit inzicht voort te borduren en aan de praktijk te toetsen wat er met bepaalde producten zoal mogelijk is en wat zij in de context van reële werkprocessen presteren, besloot Vitra een grootschalig zelfexperiment te doen. Sevil Peach moest met producten uit de Vitra Collection een experimenteel kantoor in Weil am Rhein ontwerpen waarin op ruim 2000 vierkante meter 100 mensen uit verschillende afdelingen zouden gaan werken.
Het hieruit resulterende ruimtenetwerk moest als “ademend kantoor” open staan voor snelle veranderingen en het naast elkaar existeren van verschillende werkmethoden. Territoriale secties moesten worden afgewisseld met niet-territoriale, werkplekken voor geconcentreerd werken moesten zij aan zij gaan met plekken waar gecommuniceerd kon worden, privéwerkplekken moesten coëxisteren met gemeenschappelijke, vaste en mobiele units moesten met elkaar kunnen communiceren, en dat allemaal in een hoogreactieve en zelforganiserende omgeving waarin alles op rolletjes bleef lopen. De infrastructuur – dat was het idee – moest tot hetzelfde in staat zijn als wat van ieder lid van een team binnen een netwerk verlangd wordt – tot flexibiliteit. Het ideaal dat Vitra voor ogen stond was een open patchwork van uiteenlopende soorten werkplekken en ruimtesecties met modulen die iedere gebruiker zo aan zijn eigen behoeften kan aanpassen en in de door hem gewenste samenhang kan organiseren dat er binnen het systeem als geheel steeds geïndividualiseerde indelingen en gedeeltelijk autonome subsystemen ontstaan. De vaste werkplek is in deze herinterpretatie van het kantoor eigenlijk geheel vervangen door het zich steeds weer hernieuwende concept van de persoonlijke situatie. Dit nieuwe, experimentele Network Office voor het empirisch toetsen van Vitra-objecten in het werk van alledag wordt gestadig verder ontwikkeld, waarbij ook nieuwe producten hun eerste praktijktest ondergaan.
De in de afgelopen jaren gepresenteerde meubelsystemen Joyn, Level 34, WorKit en Playns zijn reeds geheel op de ervaringen met het Citizen Office gebaseerd. Ook het in 2006 gepresenteerde concept Net ’n’ Nest, dat niet alleen rekening houdt met de behoefte van de kantoorcitoyen om zich in een afgeschermde zone te kunnen terugtrekken, maar ook met de noodzaak om met andere medeburgers te kunnen communiceren, vloeit voort uit Citizen Office-principe: in het Network Office heeft Sevil Peach voor dit doel kooien, een bibliotheek en eilandjes met sofa’s ingericht. Met Net ’n’ Nest werden nieuwe elementen gecreëerd die helemaal zijn berekend op tijdelijk in afzondering kunnen werken, privégesprekken en overleggen met twee of drie mensen.
Text and Graphics: Wolfgang Scheppe

























